_____________________________________________________________________________

2 april 2009

 

 

Een zonnig plekje

 

 

Vissen is voor mij vaak een smoes om buiten te zijn. Ik ga zelfs wel eens zonder hengel naar 't water omdat vissen niet altijd hoeft, maar meestal gaat er wel een hengeltje mee. De afgelopen week werd het erg lekker weer, de zon scheen overvloedig, en dan krijg ik echt dat gevoel om buiten te zijn, in het zonnetje graag. Het is me drie keer gelukt om er een paar uur tussenuit te piepen maar het was wel schipperen met het verlof. Gelukkig moest ik een paar keer 's avonds werken zodat er ook wat geschoven kon worden.

 

 

Ik zocht een plekje op om lekker te zitten. Twee mooie plekjes dicht bij elkaar vond ik. Als de ondergaande zon de ene plek niet meer kon bereiken dan verhuisde ik naar de tweede waar hij nog volop scheen. Een stoeltje in plaats van een matje dat zit toch heel veel comfortabeler. Een ponds hengeltje, landingsnet en wat maïs en pellets om het geheel compleet te maken voor de zonnende visser.

 

 

Dromerig in de zon, kijkend naar de houten beschoeiing met ongelooflijk veel pastelachtige kleuren in en op het hout. Of de zachte kabbel met zijn glinsteringen van het licht die je bijna in slaap wiegt. Ik zit nog maar net en ik kan bijna de concentratie niet opbrengen het pennetje in de gaten te houden. Ik twijfel om de hengel even op de kant te leggen.... maar ineens sta ik rechtop, in gevecht met een karper die niet had geaarzeld en het pennetje resoluut de diepte in te nemen.

 

 

Het pennetje staat weer op z'n plek, net als ik op m'n stoeltje in de zon, roerloos. Scherp ben ik weer, nog wel! Er gebeurt echter niets meer en ik zak weer in een dagdroom weg. De lucht is egaal blauw en de horizon lijkt wat heiig zoals op zomerse warme dagen. Mag dit niet eeuwig duren? Nee, het pennetje zegt van niet. Regelmatig wordt het een stukje onder getrokken. Ik leg de hengel op m'n schoot en laat dat maar begaan.

 

 

Het pennetje glijdt langzaam, horizontaal van me af. Een korte tik en even later sta ik oog in oog met een klein karpertje. Een gave vis die al heel sterk is voor zijn formaat en de tijd van 't jaar. Het water heeft de vijftien graden nog niet bereikt namelijk. De warmte minnende karpers moeten nog even wachten eer ze kunnen zonnen.

 

Voor mij zit het zonnen er op. De roodkoperen ploert die hij nu pas echt is, laaghangend achter de bomen, is zijn kracht kwijt en het beetje wind dat er staat, kan het nu van hem winnen. Het wordt snel fris. Gauw naar huis, daar wacht er ook nog een visje, een pannenvisje!

 

Ap

_______________________________________________________________________________