|
_____________________________________________________________________________ |
12 mei 2009
De mooiste stekken
Onderweg naar de hengelsportwinkel zie ik karpers door het vlakke polderwater glijden. Dat geeft wel een kick als je nog met vissen moet beginnen. Op de terugweg zie ik ze weer maar rijd dan door naar de stek die ik op het oog had. Een polder die ik nog moet leren kennen. Daar aangekomen ziet het water er niet aantrekkelijk uit. Er is veel wind en die voelt ook nog koud aan. De golfslag die op het water staat is de druppel, die me doet besluiten terug te gaan waar ik de karpers zag. In de buurt waar de karpers kolken maken strooi ik wat pellets. Het pennetje gaat naar de voerplek en ik observeer de vissen. Het zijn er hier maar een paar. Het lijkt niet op paaigedrag maar op azen want ze staan met regelmaat met de staart in de lucht. Na een half uur wordt het stiller en blijft er één karper over die zich af en toe laat zien. Hij komt langzaam naar de voerplek. Vlak voor me zwemt hij, en het is er één van formaat zeg! De kop gaat naar de diepte, de staart de lucht in, letterlijk de lucht in want het water is er zeer ondiep. Langzaam beweegt de karper het pennetje en de planten door de waaierbewegingen van zijn staart. Hij glijdt van de voerplek weg. Regelmatig zie ik 'm nog maar hij komt niet meer op de de voerplek.
Een heel nieuw gezicht vanuit een plek die niet opvalt waar je ook staat als je naar deze polder kijkt. Je gaat in de polder op, samen met de kievieten de grutto's en de scholeksters. Samen met Andries, een karpervisser in hart en nieren, ploeg ik door het halfhoge gras. Allebei met een anderhalfpondshengel gewapend. Een oude Fair Play Winston van Glas voor mij en Andries heeft een moderne CJW van Grafiet. We blijven een flink eind van de sloot vandaan omdat anders de zon onze schaduw op het water projecteert. Andries, liet een balkje zien waarmee hij de overkant kon bereiken van de sloot om zodoende tegen de zon in te gaan struinen. Andries, een lenige jonge man, heeft gelukkig ook een hart van goud, en ik kon hem overtuigen dat de karpers vanavond minder voorzichtig waren en niet zo gauw zouden schrikken. We bleven dus aan de veilige kant. Het gras was mij nat genoeg! Terwijl we langs de sloot lopen zien we al een karper kolken maar we lopen tot aan de kruising om onze stekken in te nemen. We hebben daar een aantal keren karper gezien en één keer ging ik zelfs achter een brede rug aan. Maar de vis was niet te vermurwen en het aasje dat hij meerdere keren voor zijn bek kreeg negeerde hij. We hebben het over karper gehad maar konden ze niet vangen. Maar ja, prettig gezelschap in een polder waar je helemaal in op gaat, de zon onder ziet gaan, de maan een plaatje is, heb je dan pech?
Bij de Mac, een verzamelplaats in het Noorden, ontmoet ik om 09:00 uur Dale en Bas. Bas en ik waren er al vroeg en de Maccafé heeft ons al gesmaakt. Dale heeft ons uitgenodigd om te karperen. De karpers zouden het bij hem zeer goed doen in tegenstelling tot veel water waar de karper de paai voorbereidt of al paait, soms al heeft gepaaid. Het water is ons bekend en ieder zoekt zijn stek om te beginnen. Een trekker verstoort een karper op de voerplek van Bas. Ik sla een paar keer mis. Dale trekt aan het langste eind en landt een karper. Soms verraadt een karper zich doordat de rietstengels weggedrukt worden en ook wel door een v-spoor dat van de ene naar de andere oever loopt. Ik kijk er graag naar en vergeet alles om mij heen. Bas heeft een plekje in de zon gevonden en geniet er duidelijk van. Om de aanwakkerende wind te ontlopen ben ik op een talud gaan zitten tussen de planten verscholen, ook in het zonnetje. Daar komen Bas en Dale om 14:00 uur afscheid nemen zoals afgesproken. Dale heeft intussen nog een karper gevangen en Bas een brasem. Zeker nog een uur zit ik in de nogal hete zon tegen het talud aan. De karper die zich liet zien door de wervelingen in het water is niet op de voerstek gekomen. Ik ga nog een keer langs de sloot struinen in de hoop.... Een boswachter met z'n Mechelse herder loop ik tegen het lijf. Ik moet gelijk aan m'n vergunning denken die ik niet bij me heb. Maar daar komt hij niet voor. We raken aan de praat bij de auto die langs de toegangsweg staat. Hij nodigt me uit verder te praten aan de picknictafel. Van vissen komt niets meer en ik vind het niet erg ook.
De mooiste stekken heb ik bevist, vaak in het beste gezelschap, maar van karpers kan ik alleen nog maar dromen. De forumleden hadden meer succes en daar geniet ik dan toch ook met volle teugen van.
Ap _______________________________________________________________________________
|