|
Op pad....
|
||
|
|
14 maart Voorjaarsstemming Jammer genoeg moet ik tot half drie werken maar als het dan eindelijk tijd is, ga ik als een speer naar huis om m'n hengels te halen. Wat een prachtig weer! Tijd voor een paar uurtjes Wiericke. Als ik de file heb getrotseerd bij Bleiswijk, gaat het gas erop. Zonnetje, lekker windje door de haren en de polder ruikt alweer naar het voorjaar. Het zou in het ziekenfonds moeten zitten. De vijfgrammer is opgetuigd en eerst maar tussen de bebouwing vissen. Tijdens een wandeling in het voorjaar heb ik de baars, bij zeer helder water, eens zien zwemmen. Zouden ze nu aanwezig zijn? Na de hoeken en gaten te hebben afgevist tussen de huizen schuif ik op de polder in. Boten, dat zijn m'n plekjes, en ik werp langs een boot waar ik bij een eerdere visdag een baars ving. De tweede worp is het al raak, en inderdaad baars. Een paar boten liggen er aan de kant die ik allen afvis maar geen baars meer. Verder de polder in en niemand om me heen, heerlijk! De wind wordt minder, het water vlakker. De spinner maakt een mooi subtiel geluid als hij op het wateroppervlak terecht komt. Een paar plukken riet, wat afgestorven planten, daar gaat de spinner langs. Een tik, was het vis? Ik heb al een paar keer tegen de planten gezeten omdat ik de spinner flink diep laat gaan. Nog een worp en de vijfgrammer staat als een boog. Dat is vis, een snoek en hij kromt zich op de plek waar hij toe hapte en maakt een kolk. Prachtig gezicht is het. Hij geeft zich niet ineens gewonnen en trekt een metertje lijn van de molen. Als de vis op de kant is ontdek ik verschillende beschadigingen. Waarschijnlijk opgelopen tijden de paai. Hij gaat weer snel terug en met een klap van zijn staart neemt hij afscheid. Verder vissen levert niets meer op en ik wandel op m'n gemak weer terug. Ik probeer het toch nog eens bij de boten maar nee, geen interesse meer voor een eigen gemaakt spinnertje. Het zijn een paar heerlijke uurtjes geweest. M'n vishonger is even gestild en ik kan me morgen helemaal concentreren op een ritje op de ATB. Dat wordt een ritje van een kilometer of vijftig in een mooi viswatergebied. Misschien houd ik er wel weer een mooie stek aan over. Ap |
|
|
|
||