|
Op pad....
|
||
![]() |
|
|
|
|
Nog steeds geen karper
Toen het eindelijk lekker warm werd, de thermometer gaf zelfs 26 graden aan, lagen de karpers tijdens een inspectierondje van het nieuwe polderwatertje te zonnen aan 't oppervlak. Ik moest er maar zo snel mogelijk een avondje gaan vissen. Op een paar plekjes alvast een handje maïs om de kansen wat te vergroten. De sloot heeft tal van inhammetjes en als eerste zal op zo'n een plek worden gevist .
Verschillende avonden en een ochtend is op hoofdzakelijk twee plekken gevist bij de inham met de pondshengel. Karper heb ik gezien en veel ook. Allemaal tegen 't oppervlak. Soms tot boven de voerplek maar geen karper die er over dacht de bodem te bezoeken. Wel een ruisvoorntje en tijdens de schemer een zeelt die wat in de maïskorreltjes zagen.
Op een andere plek verging het me op dezelfde manier. Eén avond gonsde het van de vis maar vooral brasem. Ik ving er ook één terwijl er nogal wat paaiactiviteit was. De karper zwom er tussendoor, hoewel ik me af en toe vergiste omdat de brasem tegen het oppervlak aan, het water weg duwend, erg op karper lijkt. Eén keer heb ik kunnen slaan op een wel zeer snelle wegloper waarvan ik vermoedde dat het karper was maar ik miste. Wel weer een zeelt ving ik die ik erg lang zijn gang liet gaan omdat ik dacht dat het een kleine vis was. Het pennetje liep uiteindelijk weg boven water en verdween toen met grote snelheid onder water. Toen had ik pas door dat het een grote vis moest zijn. Afijn, de haak zat toch voor in de lip.
Komt er dan nog een karper op de kant? Er zwemmen er genoeg. Het zal uiteindelijk wel. De sloot intrigeert me en ik kan daar nog niet stoppen. Vandaag was ik er eens zonder hengel. Eens kijken waar de sloot begint en waar hij ophoudt. Ik zag weer een karper aan het oppervlak en ik heb ook mooie plekjes gezien. Daar ga ik toch nog wat uurtjes investeren. Het drie meter dertig lange glas zal daar toch buigen voor een karper....of twee!
Een mooi plekje tussen het hoge gras, een beetje beschut tegen de wind. Hier probeer ik het deze middag en de avond nog een keer en dan laat ik de sloot even met rust. De vorige keer zag ik hier een karper uit de zijsloot komen. Het is nu stil in het water maar het is pas vier uur. Het pennetje staat wat diep en ik haal het een klein beetje naar me toe. Een plotselinge weerstand en daarop volgend spettert er een halve vis boven water, het achtereind van een snoekbaars. Tenminste, dat is wat ik zag want misschien is de vis wel helemaal boven water geweest maar heb ik dat niet gezien, zo snel ging het allemaal. Ik ben verbouwereerd en leg de hengel neer met het idee dat de vis eraf is. De hengel ligt stil de lijn ligt slap maar het pennetje is niet meer te zien. Nog geen idee wat er aan de aan de hand is, de hengel ligt er zo al zeker een minuut, pak ik de hengel om hem op te halen. Vanaf dat moment ontploft het water en schiet er een vis van links naar rechts, het glas kromtrekkend tot aan de kurk. Dan schiet de vis los, jammer!
Er gaan een paar uurtjes voorbij zonder een beet waar ik op hoef te slaan. Het is alleen kleine vis die het pennetje een beetje beroerd. Opeens een geluid achter me, een geluid van een sluipende karpervisser. Het is Arjan, hij is na zijn werk even op de vouwfiets langs gekomen. Hij mag dagelijks over dit poldertje uitkijken tijdens zijn werkzaamheden. Tijdens het praatje zien we wat vinnen boven water uitkomen waarvan de vis de naam karper zou kunnen dragen, maar elke activiteit om te azen blijft uit. Als Arjan alweer op weg naar huis is, duurt het toch nog wel tot acht uur eer er karper in het zicht komt waarvan je echt kan zeggen, daar is de karper!
Kris kras over de voerstek glijdt de karper door het water. Het lijkt soms of ze de voorplek gevonden hebben doordat de v-sporen vanaf de voerplek uitkabbelen tot er niets meer van over is en het water weer hellemaal vlak is. Ik kijk het aas maar eens na. Een grote dot alg is om de haak gedraaid en om het loodje zit een sliert waterpest. Zo vang ik niets natuurlijk. Ik dacht een redelijk schone plek te hebben gevonden. Het zal wel drijvend vuil door de trek van het water tegen de lijn zijn gekomen. Het toeval wil dat ik in de avonduren met redelijk wat activiteit steeds, een haak met alg versiert, ophaal.
Ik zit te turen naar het pennetje. Het is veel te donker geworden maar de drang een karper te vangen is groot. Toch besluit ik ermee te stoppen want het moet geen obsessie worden. Ik laat de sloot nu even met rust. Even dan, even!
Ap
|
|
|
|
![]() ![]() ![]() |
|
|
|
||