|
Op pad....
|
||
![]() |
|
|
|
|
Dé Karperstek Eindelijk kan ik weer vissen. Meer dan een week geen gelegenheid gehad en dan wil ik graag wat vangen. Een stek dus waar dat kan, waar je bijna garantie hebt dat je wat vangt. Dé karperstek dus! Het is al halverwege de middag als ik langs de kassen loop in een bijna zinderende warmte. Het onkruid heeft de laatste paar dagen een groeistuip doorgemaakt en het riet kijkt ook eindelijk boven het water uit. Het lenteleven is met horten en stoten op gang gekomen. Maar hoe staat het met de karper? Het water ziet er doods uit, geen belletjes, geen v-sporen. De trek is behoorlijk door het gemaaltje dat aan staat. Het zal dus nog wel een poosje rustig blijven. Ik kies een plukje riet voor m'n eerste plekje en ik ga eerst maar eens om me heen kijken en van het weer genieten en van de vogels. Het is vijf uur als ik, na een aantal plekjes te hebben afgevist en nogal geplaagd ben door kleine vis die het pennetje steeds een halve meter weet te verplaatsen, terug ga naar het begin. De werveling van het water is hier behoorlijk groot. Ik plaats het pennetje in de stroming en laat het meedrijven naar een hoek waar al het vuil terecht komt. Het pennetje lijkt een drenkeling en verdwijnt regelmatig onder water, dan loopt de lijn ineens strak en ik sla...jawel de eerste karper hangt. Er is alleen een probleem, de molen doet raar, ik kijk wat er aan de hand is en zie dat de lijn onder de spoel zit. Ik haal de spoel eraf en probeer het probleem te verhelpen maar dat lukt niet. Gelukkig is de karper niet zo groot en ook al geen wildeman. Ik besluit de karper te drillen door de nylonlijn vast te houden als was het een vliegenlijn. Het gaat niet van harte maar het lukt en de karper glijdt in het net. Dezelfde plekjes als de eerste keer vis ik weer af en er is wat activiteit van karper. Hier en daar wat belletjes en het riet wordt ook af en toe weggeduwd. Ik voer zeer zuinig maar wel op een groot vlak en plaats het pennetje in het midden van de sloot. Even zit ik gewoon lekker te zitten maar in m'n ooghoeken zie ik de lijn gaan. Bijna strak is ie en ik pak de hengel en geef een haal, yes!, de tweede van vandaag, en van een beter formaat. Nog een uurtje besteed ik aan deze sloot, tot de zon achter de bomen verdwijnt, dan ga ik naar de volgende plek. De eerste twee karpers weten los te komen en dan komt er een giebel om de hoek kijken. Beet krijg ik hier nu in overvloed. Het pennetje danst op en neer, komt het water uit en loopt hortend en stotend weg, allemaal dankzij kleine vis zoals voorn en giebel. Op de valreep als ik erover denk naar huis te gaan dient zich toch nog een kleine karper aan. Een mooie afsluiting van een visdag op Dé Karperstek! Ap |
|
|
|
||
| . | ||