Op pad....

 

 

Haagse cultuur

 

8 mei

Het liefst ga ik de polder in maar zo nu en dan een cultuurwatertje kan ook heel ontspannend zijn. Lekker dicht bij huis in ieder geval. Haagse cultuur tussen het Indisch monument, Madurodam en de Homo-ontmoetingsplaatsen. De waterpartij, ook wel eendjesvijver genoemd is een aardig meertje tussen Den Haag en Scheveningen. Een water waar ik als kind ook wel eens gevist heb. Meestal viste ik in het water dat aan de waterpartij grensde, nl: het Westbroekpark. Het was er toen verboden te vissen en dat maakte het vissen waarschijnlijk spannender. Hoewel het aangenaam warm is rond vijf uur, voor vissers eigenlijk veel te warm, zijn er niet veel mensen op het grote grasveld grenzend aan het meertje. Wel af en toe een fietser of wandelaar. Het Haagse water wordt door de 's-Gravenhaagse hengelsportvereniging beheerd en er zijn hier spiegelkarpers uitgezet die nu de moeite van het vangen waard moeten zijn. Vangen zou kunnen want het kan zomaar dat je er voor naar de koningskade moet, richting de binnenstad, omdat ze daar toevallig zwemmen. Wel mooi dat al het water met elkaar is verbonden.

De materialen waarmee gevist wordt zijn: de pondshengel van 3,70 om achter het riet te komen, een klein pennetje en wat mais. Om een uur of zeven wordt de warmte minder en om acht uur is het karpertijd. De sporen van de karper zijn duidelijk te zien. De eerste keer dat het pennetje weg loopt, haak ik een dikke tak die ik met moeite uit het water krijg. Ik zit vaker vast op die plek en ik schuif een paar meter op naar links. Bij de tweede wegloper en tevens de laatste heb ik te veel lijn buiten de top dat me verhindert goed aan te slaan. Een wegzwemmende karper is het resultaat. Het is al erg donker geworden en zonder zaklamp is onthaken geen doen dus ik pak de spullen in. Morgen misschien een herkansing.

 

9 mei

Het was me gister goed bevallen aan dit water dus vandaag nog maar een keertje. Een beetje later dan gisteren om de ergste warmte te vermijden. Als de zon achter de bomen verdwijnt, komen de aanbeten. Veel vis komt naar de kant als het minder warm is en het echt rustig wordt. Het pennetje gedraagt zich alsof er een klein voorntje aan zit te knabbelen maar dan loopt de lijn strak en.... ik haak ....een brasem. Het pennetje staat alweer in het water of de lijn loopt supersnel strak en ik sta met een kromme ponder van glas. Een vreugde dansje maak ik bijna want het is een zeelt. Het is dan wel geen karper maar een zeelt vangen is geen straf. Daarna krijg ik nog wel beet maar niet van betekenis en het is alweer zo gauw donker. Het vissen in de avond duurt veel te kort.

 

Ap