|
Op pad....
|
||
![]() |
|
|
|
|
Een week lang karperen in de avonduren Van maandag 14 tot vrijdag 18 april op één stek met de driekwart ponder Maandag. Ik had me er heel veel van voorgesteld na de afgelopen vrijdag. Toen ving ik drie karpers in zeer korte tijd. Het was vrijdag lekker weer maar nu is het bitter koud en de karper laat het afweten. Ik zie het water niet deinen op de ondiepe plaatsen, geen boeggolf volgt als ik dicht op de kant loop, geen rietje beweegt er zoals de karper die kan wegduwen. Het water lijkt uitgestorven. Na een kilometer struinen en een paar uur zitten op verschillende plekken, ben ik door en door koud geworden. Drie giebels is het enige resultaat. Er komt iemand langs om een praatje en als we een poosje aan de praat zijn, raak ik de ergste koude weer kwijt. Hij vertelt me over grote, zeer grote karpers en beschrijft de stekken waar ze te vangen zijn. Behalve een paar giebels heb ik toch nog wat interessants gevangen.
Dinsdag. Het is minder koud dan gisteren maar nog steeds niet aangenaam. De wind staat iets anders, er is ook minder kabbel op het water. Zeker drie uur is er geen karper te zien. Zelfs op de zonnigste plek wordt er geen rimpeltje in het oppervlak gemaakt door een vis. Het zijn wel weer een paar giebels die zich laten vangen op een flink diep stuk van de sloot. Ik houd mijn favoriete plek in de gaten om daar als de karper zich toont, er tot schemer te gaan vissen. En ja, de boeggolven en het deinen is weer begonnen. Snel er naar toe en het pennetje richting karper. Er gaan wat brokjes en maïs naar de plek en nu maar wachten. Niet voor lang want het pennetje danst al op en neer in de deinende sloot dat veroorzaakt wordt door de karper. Ik sla de eerste keer volkomen mis en het pennetje gaat weer met spoed te water nadat de haak weer is voorzien van een paar maïskorrels. Na een minuut gaat het pennetje alweer schuin en loopt langzaam maar resoluut weg, een haal en de karper veroorzaakt bijna een vloedgolf in het ondiepe water. Als de strijd is beslist schuift het net onder de vis. Wat zich hierna afspeelt op deze stek, een stukje water tien bij twintig meter, is met geen pen te beschrijven. Het water kookt van de vis. Zeker meer dan vijf keer sla ik mis, een gat in de lucht. Soms kolkte de karper rond het pennetje en nam dan het pennetje mee de kolk in. Een geweldig schouwspel maar ik kon er geen één vangen. Dan komt de ene giebel na de andere binnen en daar word ik wel door getergd. De karper zie ik zwemmen en de giebel kaapt het aas weg vóór de karper er aan kan komen. Het is nu aardig aan 't schemeren en het water wordt als een spiegel zo vlak, geen vis meer te zien, geen vis meer te vangen. Wat bij toverslag begon, is bij toverslag gestopt.
Woensdag. Wat ik dinsdag meemaakte, het gekolk van de karper en de misslagen, zet zich vandaag voort. In tegenstelling tot dinsdag dat de karper om een uur of zeven actief wordt, is de karper om half vijf al sporen aan 't trekken. Bij het afstellen van het pennetje zit er al maïs aan de haak en als ik ingooi gaat 't pennetje gelijk onder en een kolk volgt. Ik sla mis! Ik ga niet verder met afstellen, de maïskorrels zitten er nog aan, en vis verder. Drie keer in een half uur sla ik mis. Ook het tuigje gaat daarbij zo in de knoop dat ik het opnieuw moet maken. Na nog eens twee keer mis geslagen te hebben, haak ik eindelijk een karper. Ik heb er over nagedacht waar het door komt dat ik steeds mis en hoewel ik het niet zeker weet, is er een mogelijkheid dat de karper die de kolk maakt, het aas niet eens in de bek had maar dat de kolk het gevolg is van een geschrokken karper, (door de draad) die er vandoor gaat. Het pennetje wordt door de kolk naar beneden getrokken en als de karper vlucht wordt het meegezogen. Voor de zekerheid had ik vandaag smac en borrelworst bij me voor als de giebel zich weer laat zien, zodat ik die met een wat groter steviger aas, kan uitsluiten. De giebels bleven weg gelukkig maar ik had wat worst gevoerd dus dat ook maar aan de haak gedaan voor het laatste uurtje. Het aas lag bijna aan de overkant en het pennetje was zowat niet te zien. De beet zag ik aan het spoor dat de karper maakte in combinatie met het weglopen van de lijn. Met een flinke haal stop ik de karper maar als hij zich realiseert dat ie vast zit, gaat de slip in werking. Het hengeltje buigt sierlijk en een drie of viertal minuten maakt de slip regelmatig een spinnend geluid als een poes. Een forse karper komt tenslotte in het net. Dit is een mooie afsluiting van een avondje vissen.
Vrijdag. De laatste dag op deze stek, voorlopig dan want ik kom er vast nog wel eens terug. Het pennetje staat maar net of er komt weer zo'n mooie kolk. Ik doe niets en volg het schouwspel. Daar gaat de karper en het pennetje komt alweer heel snel op dezelfde plek boven. Ik sla er niet meer op. Een tweede kolk volgt een paar minuten later. Dan blijft het lang stil, wat karper betreft want het ondiepe water spookt door de wind alsof er karper doorheen foerageert. Eindelijk loopt de pen als uit een boekje schuin onder water weg. Als ik sla zit m'n net in de weg en daardoor is er niet krachtig geslagen. Toch hangt de karper. Zo rustig als het pennetje weg liep, gaat de karper er vandoor. Nog net is de slip niet bereikt als de haak losschiet. Dat is jammer, ik had het gevoel dat dit een serieuze vis was. Hierna lijkt het uitgestorven en de schemer doet zijn intrede. Soms is de wind even weg en hoop ik op zo'n mooie wegloper door het strakke wateroppervlak. Mijn gebed wordt verhoord en zo komt er toch nog een karpertje in het net. Vier dagen vissen, één keer giebel en drie keer karper dat lijkt me een goed resultaat maar het was vooral het schouwspel dat de karper er soms van maakte waar ik van genoten heb zoals de kolken de boeggolven en de mooie V-sporen. Het was leerzaam om op een waterdiepte van dertig centimeter te vissen en te zien wat de karper doet met het aas. Het was ook heel plezierig te vissen met een 3/4 ponds glashengel van 2 meter 80 met 18 honderdste nylon. Voor een smal water zonder begroeiing is het de beste keus om plezier te beleven aan de dril zonder dat het te lang gaat duren.
Ap |
|
|
|
||
| . | ||